Professor Vitringastraat 35, 8801 DK Franeker
+316 42 61 26 48
info@batitrakyalilar.nl

Hadith

• Abu Hurairah heeft overgeleverd dat de Profeet zei, ‘Mijn voorbeeld is zoals dat van een man die een vuur aansteekt, en als het vuur zijn omgeving verlicht springen allemal motten en andere insecten erin. De man deed zijn best om ze tegen te houden, maar zij glipten er doorheen en vielen in het vuur’. Hij voegde eraan toe, ‘Nu wil ik jullie vast grijpen maar jullie houden vol en willen in het vuur springen’. (Sahih Bukharie, Boek 76, Hadith 490). • Abdullah ibn Masud heeft overgeleverd dat de Profeet een mieren nest zag die in brand was gestoken en hij vroeg, ‘Wie heeft dit gedaan?’ Wij antwoordden, ‘Wij hebben dit gedaan’. Toen zei hij, ‘Alleen de Schepper van het Vuur, mag met vuur straffen!’ (Abu Dawud, Boek 14, Hadith 2669). • Een man kwam naar de Profeet en vroeg, ‘Wie heeft het meeste recht op mijn goede behandeling?’ Hij antwoordde, ‘Je moeder’ De man vroeg weer, ‘Wie daarna?’ Hij antwoordde, ‘Je moeder’. De man vroeg weer, ‘Wie daarna?’ Hij antwoordde weer, ‘Je moeder’ En de man vroeg voor de vierde keer, ‘Wie daarna?’ Toen antwoordde hij, ‘Je vader’. (Sahih Muslim, Boek 32, Hadith 6180). • Abdullah ibn Amr, moge Allah tevreden over hem zijn, heeft de Profeet, Allah’s vrede en zegeningen zij met hem, horen zeggen, ‘Geef mijn boodschap door aan de mensen, al was het maar een zinnetje’. (Sahih Bukhari, Boek 55, Hadith 667). • Er is overgeleverd door Abu Hurairah dat de Profeet, Allah’s vrede en zegeningen zij met hem, heeft gezegd, ‘De sterke man is niet degene die goed is in worstellen, maar de sterke man is degene die zich onder controle kan houden tijdens een woede aanval’. (Maliks Mu’ata, Boek 47, Hadith 12). • Er is overgeleverd door Mustaurid dat de Profeet zei, ‘Bij Allah, als iemand zijn vinger in een Ocean stak en het weer eruit trok, dan zou het water dat aan zijn vinger bleef kleven dit leven zijn en het Ocean het Hiernamaals’. (Sahih Muslim, Boek 40, Hadith 6843).

• De Profeet liep op een markt langs een hoop etenswaren (i.e mais) die nog niet gewogen waren. Hij stak zijn hand erin en voelde nattigheid aan zijn vingers. Daarop zei hij, ‘O eigenaar van deze etenswaren, wat is dit?’ De eigenaar antwoord, ‘O Boodschapper van Allah, het komt door regen’. Toen zei hij, ‘Waarom had je het niet bovenop gelegd zodat de mensen het konden zien? Wie bedriegt hoort niet bij ons’. (Sahih Muslim, Boek 1, Hadith 183). • Er is overgeleverd door Abu Hurairah dat de Profeet, vrede zij met hem, heeft gezegd, ‘Een ieder is verplicht tot het geven van een aalmoes. Elke dag dat de zon opgaat en je treft een rechtvaardig oordeel tussen twee mensen dan is dat een aalmoes. Het helpen van een man bij het bestijgen van zijn beest of zijn goederen helpen daarop neer te leggen, een vriendelijk woord uiten, elke stap die wordt gezet in de richting van de moskee om het gebed te verrichten en het vuil opruimen van de weg, al deze daden zijn een aalmoes’. (Sahih Bukhari, Boek 52, Hadith 141). • Abu Hurairah heeft overgeleverd dat de Profeet zei, ‘Laat de slaaf van Dinar en Dirham’s (i.e. Gel) en Quantify en Khamisa (i.e. luxeuze kleren) vernietigd zijn, want hij is blij wanneer hij ze krijgt en zo niet kijkt hij somber! Laat zo’n mens vernietigd en vernederd zijn en als hij gestoken is door een doorntje, dan laat hem niemand vinden die het voor hem eruit haalt! Het Paradijs is voor degenen die de teugels van hun paarden vasthebben en Jihad voeren op het pad van Allah, met ongekamd haar en voeten bedekt met stof! Als zij in de voorhoedde zijn aangesteld, zijn zij tevreden met hun plaats als bewaking en als zij in de achterhoedde zijn aangesteld, accepteren zij hun plaats met genoegen’. (Sahih Bukhari, Boek 52, Hadith 137). • Anas ibn Malik heeft de Profeet tegen de Mojahideen horen zeggen, ‘Ga voort in de Naam van Allah, vertrouw op Allah en houd je vast aan de religie van de Boodschapper van Allah. Doodt geen bejaarden, doodt geen zuigelingen, doodt geen kinderen en doodt geen vrouwen! Wees niet oneerlijk over de buit, maar wees goed (i.e. tegen mensen), want Allah houdt van de weldoeners’. (Abu Dawud, Boek 14, Hadith 2608). • Ibn Abbas heeft overgeleverd dat de Profeet zei, ‘Als een zoon van Adam een vallei vol goud had, zou hij er twee verlangen. Niets kan zijn mond vullen, behalve de aarde in het graf. Allah wendt zich vol Barmhartigheid tot degene die berouw voelt’. (Sahih Bukhari, Boek 76, Hadith 444). • Abu Hurairah heeft overgeleverd dat de Profeet, Allah’s vrede zij met hem, zei, ‘Bij Hem in Wiens Hand mijn ziel is, jullie zullen het paradijs niet binnengaan voordat jullie geloven en jullie geloven niet voordat jullie van elkaar houden’. (Sahih Muslim, Boek 1, Hadith 96). • Abu Musa heeft overgeleverd dat de mensen aan de Profeet vroegen, ‘Wien’s Islam is de beste?’ Hij antwoordde, ‘Van degenen die het vermijdt om de Muslims kwaad te doen met zijn tong en handen’. (Sahih Bukhari, Boek 2, Hadith 10). • Abbas ibn Abdul Mutalib heeft de Profeet horen zeggen, ‘Degene die Allah als zijn Heer, Islam als zijn leven’sweg en Mohammad als de Profeet (i.e. van Allah) accepteert, heeft inderdaad de zoetheid van het geloof geproefd’. (Sahih Muslim, Boek 1, Hadith 54).

• Ibn Omar heeft de Profeet horen zeggen, ‘Onderdrukking zal een duisternis zijn op de Dag des Oordeels’. (Sahih Bukhari, Boek 43, Hadith 627). • Abdullah heeft overgeleverd dat de Profeet zei, ‘Geen Muslim lijdt aan iets, de prik van een doorn of erger, of Allah wist iets van zijn zonden daardoor uit. En zijn zonden vallen van hem af zoals de bladeren van een boom’. (Sahih Bukhari, Boek 70, Hadith 550). • Anas heeft overgeleverd dat de Profeet zei, ‘Degene die deze drie eigenschappen heeft, die heeft inderdaad de zoetheid van het geloof geproefd. Degene die van Allah en Zijn boodschapper meer houdt dan alle andere dingen. Degene die van een ander houdt, en hij houdt alleen maar van hem voor Allah’s zaak. Degene die het terugkeren naar ongeloof haat zoals het vallen in het vuur’. (Sahih Bukhari, Boek 2, Hadith 15). Sai’d Al Khudri heeft overgeleverd dat de Profeet, Allah’s vrede en zegeningen zij met hem, zei, ‘Een tijd zal aanbreken waarin een van de beste bezittingen van een Muslim zijn schapen zullen zijn, en hij zal het meenemen naar de hoogste toppen van de bergen en regenwouden, om zo zijn geloof te behouden door al die kwellingen die plaats zullen vinden in die tijd’. (Sahih Bukhari, Boek 2, Hadith 18). • Er is overgeleverd dat Sa’ad, moge Allah tevreden over hem zijn, zei, ‘De Boodschapper van Allah, vrede zij met hem, verdeelde Zakat onder de mensen en ik zat toe te kijken terwijl hij niks gaf aan een man, terwijl hij een van de beste mensen onder hun was, in mijn mening. Ik vroeg, ‘O Boodschapper van Allah! Waarom hebt u hem niks gegeven? Wallahie, ik zie hem als een oprechte Muslim’. De Profeet zei, ‘Of gewoon een Muslim’. Ik bleef eventjes stil, en kon het niet laten om mijn vraag te herhalen, omdat ik die man kende. Ik vroeg weer, ‘O Boodschapper van Allah! Waarom hebt u hem niks gegeven? Wallahiem hij is een oprechte Muslim!’ De Profeet, vrede zij met hem, zei, ‘Of gewoon een Muslim’. En weer bleef ik even stil en kon het niet laten om mijn vraag te herhalen, dus de Profeet draaide zich van mij om en zei, ‘O Sa’ad! Ik geef aan sommige mensen, terwijl anderen mij geliefder zijn, uit angst dat ze op hun gezichten in het vuur zullen worden gegooid door Allah!’ (Sahih Bukhari, Boek 2, Hadith 26). • Al Maru’r heeft overgeleverd, ‘Ik zag Abu Dhar met zijn slaaf lopen en beiden hadden ze dezelfde soort mantels aan. Ik vroeg waarom ze dezelfde mantels droegen en hij antwoordde, ‘Ik had iemand onrecht aangedaan, door zijn moeder uit te schelden. De Profeet zei tegen mij, ‘O Abu Dhar! Heb je zijn moeder uitgescholden? Je hebt nog steeds een paar kenmerken van onwetendheid! Jullie slaven zijn jullie broeders en Allah heeft ze voor jullie ten dienst gesteld. Dus als iemand van jullie een broeder ten dienst heeft, moet hij hem voedden met wat hij eet en hem kleedden met wat hij zelf kleedt. Vraag ze niet om dingen te doen, waar ze niet toe in staat zijn en als zij het doen, help ze dan daarbij’. (Sahih Bukhari, Boek 2, Hadith 29).